Het leven: een aaneenkoppeling van losse onderdelen

Sarah Gezien - Losse onderdelen

Heb jij dat nou ook? Dat je steeds meer uit losse onderdelen begint te bestaan? Voor je goed en wel toonbaar bent aan de wereld, komen er steeds meer handelingen bij en dan laat ik de steunzolen en het stuitkussen zelfs nog buiten beschouwing. Alles is welkom om comfortabel te leven, echt waar, maar vanmorgen betrapte ik mijzelf op iets waarvan ik dacht: Nou ja, zeg. Het moet niet gekker worden. 

Met een grote lach kijk ik naar mezelf in de spiegel en hoop maar dat de eerstkomende jaren niemand wil blijven logeren nu mijn badkamer onmisbare attributen bevat voor een mooie glimlach. Nee, mijn ‘geheimen’ deel ik liever niet meer, al bekijk ik ouder worden echt wel met een vleug humor.  Maar als ik nu vrijgezel was, ging ik volgens mij nooit meer samenwonen. Ik ben echt blij met mijn al mijn hulpmiddelen maar betrap mezelf op een diepe zucht als ik mijn derde paar tanden ga poetsen. Met een beetje weemoed denk ik terug aan mijn supersnelle ochtendritueel van de afgelopen tientallen jaren. 

Flitsend ochtendritueel

Tot een paar jaar geleden stapte ik makkelijk uit mijn bed. In ieder geval het liefst zo vroeg mogelijk, want dan had ik een lekkere lange dag en kreeg ik alles af wat ik op mijn nimmer slinkende lijst van ‘te doen’ stond. Toch had ik dan al wel even liggen doezelen. Dit duurde echter nooit langer dan een paar minuten, want dan ontplofte mijn brein van alle dingen die ik kon doen als ik nú op zou staan. Het liefst trok ik – nog steeds trouwens – makkelijke kleren aan en via de tandenborstel ging mijn ochtendmars linea recta naar de koffiepot. Genietend van een grote beker zwarte katalysator begon ik aan mijn schilder-, opruim- of andere klus in eigen huis. 

Meer dan ooit

Een aantal dingen zijn nog altijd zo; ik doezel nog steeds vaak even, mijn brein ontploft nog immer en ik trek nog altijd makkelijke kleren aan. Als ik niet weg hoef tenminste. Ook de tandenborstel en de lange lijst met werkzaamheden zijn er nog elke dag. Al is het in een veel gezonder tempo en een verstandigere hoeveelheid. De klussen dan, tandenpoetsen doe ik meer dan ooit. En daar zit ‘m nou net de kneep…

Behept met een gammel gebit

Behept met een gammel gebit leerde ik al vroeg goed tandenpoetsen. De omgebouwde SRV-wagen met de schooltandarts staat me nog helder voor de geest. “Er zit een abces aan die kies, maar we trekken zonder verdoving… Dit kan geen pijn doen.” Het leverde me weken kaakontstekingen plus een enorme angst voor de tandarts op. Nee, laat mij maar twee keer per dag poetsen. Het heeft niet mogen baten overigens, ik ben er sindsdien al heel wat ‘verloren’. 

Implantaat geen optie

Maar goed, losse onderdelen. Tot een aantal jaar geleden was het best normaal om je laatste tanden te laten trekken en een kunstgebit aan te schaffen. En eerlijk gezegd heb ik me al op jonge leeftijd erbij neergelegd dat ik op een dag ook een ‘kunstklapper’ zou krijgen. Toen veranderde het beleid in: je krijgt alleen een kunstgebit als je geen eigen tanden meer in je mond hebt. Hoe bijzonder was het dat vanaf dat moment elke tandarts met klem implantaten ging aanraden. Resultaat: veel inkomsten want implantaten zijn erg duur en er werden opeens veel minder kunstgebitten geplaatst. Immers als je eenmaal één implantaat hebt, kom je niet meer in aanmerking voor een ‘heel’ kunstgebit. (Het kan zijn dat het beleid inmiddels aangepast is.) Nee, mij niet gezien. 

Nachtbeugel

Afijn, ik kreeg dus een gedeeltelijke prothese. Twee keer per dag poetsen en ook na elke maaltijd moest ik even borstelen en mijn mond spoelen. Het was een gepoets. Sinds kort is ook zijn grote neef, de nachtbeugel, gearriveerd. Na 1,5 jaar wachten ben ik daar heel blij mee. Mijn kaak verzakt en dat veroorzaakt ‘s nachts nogal een hoop ademhalingsproblemen. Deze beugel zorgt ervoor dat ik eindelijk weer eens langer dan drie uur kan slapen zonder wakker te worden van een uitgedroogde, pijnlijke mond en keel. Maar ook dit ‘gebit’ vergt het nodige onderhoud. 

Ik betrapte mezelf op iets vreselijks

Het kost me ’s morgens veel langer om in ‘verschijnbare’ staat te komen. Douchen met speciale huidvriendelijke shampoobar. Alle plooien en gaten afdrogen. Mengseltje op mijn gezicht, oh ja, ook op mijn decolleté en ellebogen. Twee beugels én mijn eigen tanden poetsen. Soft deo tegen de uitslag, waar is mijn bril? Bij gratie heb ik een makkelijk kapsel, maar het moet wel in model. En toen… toen betrapte ik mezelf op iets heel verschrikkelijks. Ik telde op mijn vingers af en dacht, heb ik nu alles gehad? Ik hoorde mezelf serieus zingen: ”Hoofd, schouders knie en teen, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus …”

Hoe zit het met jouw ochtendritueel? Ben je nog net zo snel als altijd of kost het je meer tijd? En waarom is dat? Deel je het met ons in de commentaren? Leuk!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.